Archive | augustus 2011

Naar een intelligente organisatie.

Ik had het al eerder over het belang van het goed en deugdelijk verwerken en inputten van informatie in bedrijfsbrede softwaretoepassingen. Ik ben onlangs tijdens een seminarie op een slide gebotst die mijn aandacht heeft getrokken en die een mooi beeld geeft van hoe een organisatie van data naar actie moet kunnen komen. Of: hoe een organisatie informatie kan gebruiken om gefundeerde beslissingen te nemen.

De grafiek zoals we hem hier zien heet de “The Tillman Six Phases of the Intelligence Process Implementation” . Dat lijkt me een veel te dure naam, maar goed.

Alhoewel ik hier een extra onderste laag mis (de laag van de dataverwerking en data-input) geeft het een zeer goed beeld van de verschillende soorten informatie en de verschillende stappen die een organisatie moet nemen om tot actie over te gaan.

Even kort toelichten nog:

1. In eerste instantie heb je ruwe data, meestal ongestructureerd, ongefilterd en in grote hoeveelheden
2. Door structuur in de data te brengen krijg je informatie
3. De informatie wordt geanalyseerd, gedeeld, samengevat en resulteert in kennis over bepaalde deelaspecten van de markt, klanten, producten
4. Door de kennis te toetsen met bestaande andere, historische data en door ze te interpreteren komen we tot intelligentie
5. Deze intelligentie zal een impact hebben op strategische beslissingen en zal de organisatie toelaten gefundeerde beslissingen te nemen en deze in een “plan” te gieten
6. Het plan wordt geïmplementeerd en uitgevoerd

Mijn tip: huur een specialist in of school je bij. Als je ziet welke competenties (de stappen aan de rechterkant van de piramide) je in huis moet hebben om tot een gefundeerde actie te komen, dan blijkt dat je gezien de belangrijkheid, niet veel ruimte hebt om wat te fantaseren.

Je kan natuurlijk ook het boek lezen: “Enterprise intelligence: het creëren van de intelligente en alerte organisatie” door Josèph H.A.M. Rodenberg RM.

Advertenties

Mag het iets meer zijn ?

Natuurlijk, zeker en vast. U kent ongetwijfeld de vraag van uw plaatselijke slager. En wat zijn die vooruitzichten toch heerlijk wetende dat je een extra snede van die extra droge Gandaham mee naar huis neemt. Die heerlijke tractatie, het mag wel eens.

Al eens gedacht wat je reactie zou zijn mocht een leverancier van bedrijfsbrede software je vragen of het iets meer mag zijn. Goede softwarebouwers bieden namelijk altijd dat ietsje meer. Ze bieden door hun expertise steeds meer functies aan en kunnen die dan ook ten gepaste tijde aan de gebruikers tonen. Ze zorgen dan voor een degelijke opleiding zodat die nieuwe functies kunnen worden geactiveerd.

Mijn tip: noteer de drie meest dringende problemen waar je in de administratie van je bedrijf mee kampt en vraag aan je softwareleverancier op welke manier ze met hun bestaande software hierop een antwoord kunnen bieden. Wedden dat het niet de eerste maal is dat ze dit soort vragen krijgen? (Maar let op: laat je geen dure consultancy-prestaties verkopen. Vraag dus duidelijk een antwoord te bieden adh van de bestaande functionaliteiten.)

Niet kunnen maar willen.

Laatst las ik tijdens mijn veel te korte vakantie een boek waarin werd geschreven over de kunst van het vragen stellen. Ik vond de benadering wel interessant om te delen.

In het boek werd geschreven dat je beter een vraag stelt in de zin van “wil je dit voor me doen”, eerder dan “kan je dit voor me doen”. De tweede manier zou te vrijblijvend zijn, temeer omdat je dan het antwoord kan krijgen dat men het wel kan maar daarom nog niet wil.

Ik vind de benadering wel iets hebben, ook voor de manier waarop je een softwarebedrijf een vraag stelt. Bij The Missing Link is het antwoord steevast: “alles kan”. En dat is ook zo… in principe kan alles via programmatie en code worden gerealiseerd.

De vraag die het softwarehuis zich echter moet stellen is: willen we dit wel? Draagt dit bij aan de algemene functionaliteit van een pakket, past het in de filosofie, is het bruikbaar voor meerdere klanten, is het bedrijfseconomisch verantwoord ?

Mijn tip: de volgende keer dat u een vraag stelt aan een softwarehuis, vraag dan: “willen jullie dit samen met ons ontwikkelen ?” Dit soort vragen stemt tot veel meer tot nadenken.

Soms beter neen zeggen.

Als softwarebedrijf gebeurt het dat je, om een verkoop binnen te halen, nieuwe functies schrijft voor een specifieke klant of project. Dat maakt deel uit van het zaken doen. Maar als je hier een slechte gewoonte van maakt, dan geraak je hier mee in een negatieve spiraal en kan je dit wel eens zuur opbreken. Waarom ?

De verkoop van licenties, de onderhoudscontracten en eventuele kosten voor nieuwe versies vormen voor een softwarebedrijf de grootste bron van inkomsten. Vasthouden aan dit model betekent dus dat je als ontwikkelaar zorgt voor een continue verbetering van het product met functies die voor een breed publiek bestemd zijn. Hoe beter en performanter jouw product wordt, hoe geschikter het wordt voor een groot deel van de klanten en prospecten, waardoor je dus meer zal verkopen en marge gaat genereren.
Als je dus voor een nieuw project specifiek maatwerk gaat inplannen, knabbel je eigenlijk aan de marge die je kan maken door een product met een brede inzetbaarheid verder te ontwikkelen. En dat voor een eenmalige opbrengst, een eenmalige verkoop met een beperkte marge. Het verzwakt bovendien jouw penetratie in de brede markt.


Stel dat je zaken op maat blijft ontwikkelen, dat je steeds langere trajecten af te leggen hebt in de ontwikkeling van functies die slechts door een handvol gebruikers kan worden ingezet. Je hakt hiermee de hand die je marge biedt, radicaal af. Erger, op lange termijn kan je het brede product niet verder ontwikkelen wegens een tekort aan mankracht en resources en lopen de klanten (die voor de marge zorgen) in grote getale weg van het product. Het product veroudert, wordt niet meer bijgewerkt, waardoor mogelijke nieuwe klanten wegblijven, of erger, maatwerk vragen, waardoor je in de negatieve spiraal blijft weggezogen worden.